Jan Coenraad Stein

Hoofdpersoon: Jan Coenraad Stein
Ouders: Willem Stein en Adriana van den Bosch
Geboren: 28 januari 1814, Middelburg, Zeeland
Huwelijk: 8 mei 1839, Middelburg, Zeeland
Huwelijkspartner: Cornelia Jacoba van Muijen
Overlijden: 13 augustus 1848, Middelburg, Zeeland
Beroep: Apotheker

Op deze pagina

Inleiding >
Geboorte >
Voorouders >
Opleiding >
Huwelijk >
Cornelia Jacoba van Muijen >
Kinderen >
Nageslacht >
Nationale Militie >
Bedrijf >
Overlijden >

Inleiding

Deze pagina gaat over Jan Coenraad Stein, Middelburger, apotheker en deel van de gegoede middenstand van Zeeland.

Jan wordt geboren vroeg in de negentiende eeuw in de hoofdstad van de dan al armer wordende provincie Zeeland. Echter die armoede treft hem zeker niet.

In de achttiende eeuw eeuw nam de welvaart, onder andere door de overheersing van Napoleon, in Zeeland af. Door de Franse tijd (1795-1813) werd de handel grotendeels stopgezet. Alleen landbouw was in die tijd nog volop mogelijk. In 1795 had Middelburg ongeveer evenveel inwoners als Haarlem en Groningen en was met 20.146 bewoners en was de achtste stad van Nederland. Begin negentiende eeuw, een jaar voor de geboorte van Jan, verlieten de Fransen het gebied weer. De steden waren verpauperd. Veel bouwwerken werden in de negentiende eeuw gesloopt.

In 1900 wordt hij door degene die een korte biografie over hem schrijft een zondagskind genoemd en dat zal hij op zekere hoogte geweest zijn. Zijn beroep als apotheker wordt voor hem gekozen lijkt het en hij krijgt er een pand met apotheek bij. Een eeuw later wordt hij in een proefschrift een middenstander genoemd en ook dat klopt wel ongeveer. Hij zal niet tot de rijken behoord hebben, maar ver er vanaf zal hij niet gezeten hebben, hij behoorde vrijwel zeker bij het welvarender deel van de middenstand in zijn provincie.

Hij volgt zijn opleiding, beoefent zijn beroep, trouwt een vrouw uit de middenstand en krijgt vier kinderen. Alles lijkt hem toe te lachen, maar het mag niet lang duren, hij overlijdt als hij pas 34 jaar oud is, een gezin met twee heel jonge kinderen achterlatend.
⤊ menu

Geboorte

Jan wordt geboren op 26 januari 1814 in Middelburg en wordt ingeschreven als zoon van Adriana van den Bossche en Willem Stein, domestique. Onderstaand de geboorteakte die in het Frans is opgesteld. Hij is de oudste zoon en wel heel kort na het huwelijk van Willem en Adriana geboren. Dit echtpaar trouwt in 1813 in Middelburg op 12 augustus 1813. Hij is dan 25 jaar oud, zij vijf jaar ouder. Ze moet dan al ruim drie maanden zwanger geweest zijn.

Het gebeurde wel vaker dat het huwelijk al werd genoten voordat het plaatshad en tenslotte trouwen de ouders van Jan en wordt hij netjes binnen het huwelijk geboren. Niets bijzonders dus, totdat we het volgende stuk lezen dat komt uit het boek ‘De geneeskundige school te Middelburg – hare lectoren en leerlingen van 1825 tot 1846’.

Hij was een soort Zondagskind ofschoon zijne famielje burgerlijk en niet bemiddeld was. Aan Steins familie behoorde de uitspanning van Stein te Domburg, maar men werd er niet rijk in toen ter tijde. De ouders van onzen Jan waren Willem en Antonia van den Bosch, ook eenvoudige lieden, maar Willem was huisbediende, of liever een Faktotum bij zekeren rijken heer Moens, Noordstraat L 112. Deze zonderlinge, door zijn goed- en mildheid bekende man was ook zeer mededeelzaam voor zijn wijnkoopers en de Steins hielden dat niet tegen. Hun zoon Jan genoot een goede opleiding, zoodat er niet alleen voor zijn studie gezorgd werd, maar hem ook de gelegenheid werd gegeven de zaak van den ziekelijken Pelle op de Spuibrug over te nemen.

Wat er staat eigenlijk is dat Willem van alles en nog wat regelde voor de heer Moens, die op de Lange Noordstraat 112 woonde, inclusief de volgens de schrijver aanzienlijke hoeveelheden drank die deze nuttigde. Hij zal dus goed in de smaak gevallen zijn. Dat zou een verklaring kunnen zijn van het volgende.

De heer Moens neemt Jan dus onder zijn hoede en bekostigt zowel een opleiding als later ook een apotheek voor hem. Waarom doet hij dat?

De genoemde heer Moens is Mr. Jan Adriaan Moens, bemiddeld man, geboren in Colombo op het eiland Ceylon. Hij trouwt in 1792 met jonkvrouw Elisabeth Caen, die net als Jan Moens uit een rijke familie komt. Dit echtpaar lijkt geen kinderen te krijgen. Is dat de reden dat hij of misschien zijn vrouw de kleine Jan als een vervangend kind gaat beschouwen? Misschien zijn Willem en Adriana slim geweest en hebben ze Jan Moens als peter gevraagd. Adriana overlijdt als ze 43 jaar oud is, Jan is dan pas 13, dus misschien wordt hij vervolgens onder de hoede van Elisabeth Caen genomen? Kan, maar er is wel een aanzienlijk verschil in stand en er zullen toch vast neefjes en nichtjes geweest zijn die verwend konden worden. Overigens noemt Jan later een dochter Elisabeth.

Echter is er nog een mogelijkheid en dat is dat de heer Moens de vader is van Jan. Ten tijde van het huwelijk van Adriana is ook zij bediende bij deze heer en tenslotte raakt ze in blijde verwachting ruim drie maanden voor haar huwelijk met een vijf jaar jongere man. Willem en Adriana krijgen nog twee kinderen, een zoon en een dochter in 1816 en 1818, maar deze kinderen overlijden jong, dus we weten niet of Jan Moens deze kinderen ook gesteund zou hebben, noch weten we of hij kinderen van andere bedienden steunde.

De heer Moens kan dus gewoon een goed mens geweest zijn, die medelijden had, misschien Jan een beetje beschouwde als zijn zoon, maar niet de vader was. We zullen het niet weten, maar opvallend is dat ook onze Jan later volgens hetzelfde stuk, een ietwat overmatige drinker lijkt te zijn. Het is veilig om te stellen dat Mr. Jan Adriaan Moens als vader van Jan een aannemelijk scenario is.
⤊ menu

Voorouders

Stein en van den Bosch

Wat valt er over de voorouders van Jan te vertellen? In ieder geval dat hij afstamt van Jan van den Bosch en Cornelia Holst de ouders van zijn moeder Adriana van den Bosch. Deze beiden worden rond de helft van de achttiende eeuw in Middelburg geboren en dat is zo’n beetje alles dat we over ze kunnen vinden.

De ouders van Willem Stein, de vader die in de geboorteakte van Jan wordt genoemd, zijn Jan Coenraad Stein, dagloner en Trijntje Flink. Ook hier stopt verdere informatie.

Voor beide lijnen geldt dat de afkomst eenvoudig lijkt te zijn. Hoe anders is dat als we kijken naar de afkomst van Mr. Jan Adriaan Moens en dat geeft direct het enorme standsverschil aan. En ook hoe buiten proportie het was dat Jan niet alleen een opleiding betaald kreeg van Mr. Moens, maar ook nog eens een prijzig pand met apotheek. Omdat we dus zeker rekening moeten houden met de afstamming van Jan van het geslacht Moens, onderstaand wat meer over de voorouders van Jan Adriaan en over Jan Adriaan zelf.

Jan Adriaan Moens

Jan Adriaan Moens wordt geboren op 18 april 1766 te Colombo Ceylon. Hij overlijdt op 9 januari 1847 te Middelburg. Hij trouwt op 1 september 1792 met jonkvrouw Johanna Elisabeth Caen van Vlissingen.
In 1792 is hij ook schepen en raad van Vlissingen. Hij wordt opgenomen in De Nederlandse Leeuw van 1922 en daarin is de omschrijving als volgt:
Mr. Jan Adriaan Moens, geb. 18 Jan. 1766 te Colombo, raad en schepen van Vlissingen, z. van Adriaan, „directeur-generaal van Indië” en van Sara Maria Racquet.

Zijn overlijden wordt vermeld in de Middelburgsche Courant en daarin kunnen we lezen dat hij Vice president was van de rechtbank in Middelburg.

Adriaan en Josias Moens

De ouders van Jan Adriaan zijn Adriaan Moens en Sara Maria Racquet. Het geslacht Moens stamt oorspronkelijk uit Vlaanderen. Waar het geslacht Raquet haar origine heeft is niet bekend, maar ook de voorouders van Sara Maria komen uit de hogere kringen.
Adriaan Moens en zijn vader Josias komen voor in deel twee van Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW)

MOENS (Adriaan)
Geboren te Middelburg 31 Juli 1728, gestorven te Batavia 12 October 1792, zoon van Josias en Petronella van der Maas, werd in 1743 leerling der latijnsche school in zijn geboorteplaats met het doel predikant te worden, doch verkoos in 1751 in ondergeschikte betrekking naar Indië te gaan, waar hij aanvankelijk te Colombo op Ceylon werd werkzaam gesteld, doch snel in dienst der Compagnie opklom.
Gehuwd 4 Maart 1759 met Susanna Adriana Potkens en na haar overlijden met Sara Maria Racquet in 1763, werd hij in 1770 directeur te Cochin op de kust van Malabar, huwde 2 September van dat jaar opnieuw met Helena Metternach, was ook hier de Compagnie in vele opzichten van grooten dienst en werd in 1772 benoemd tot raad-extraordinaris van Indië.
Zich evenals zijn gewestgenoot, den raad Jac. Corn. Matth. Radermacher, sterk interesseerde voor de stichting van het Bataviaansch Genootschap van kunsten en wetenschappen, dat inderdaad 24 April 1778 tot stand kwam, en den plantentuin te Buitenzorg, correspondeerde hij dat jaar daarover en over geschenken aan het Zeeuwsch Genootschap (in welks verzameling de bedoelde brieven nog berusten) met Adriaan ’s Gravenzande, Justus Tjeenk en Jona Willem te Water.
In 1780 benoemd tot raad van Indië vestigde hij zich het volgende jaar te Batavia, waar hij in 1784 is benoemd tot directeur-generaal.
Hij liet na: Jan Adriaan, geboren te Colombo Januari 1766, Paulus Josias en Matthias Jacobus, geboren te Colombo 19 Februari 1768, alle drie sinds 1779 leerling der latijnsche school te Middelburg en samen 8 Juni 1784 te Leiden ingeschreven als stud. iur., waar Jan Adriaan 14 Juni 1788 den meesterstitel behaalde om zich daarna te vestigen te Vlissingen, waar hij in 1792 huwde met Johanna Elisabeth Caen en Matthias Jacobus promoveerde op een Specimen iuris publ. belgici de munere pensionariorum civitatum praecipue zelandicorum (Lugd. Bat. 1789), daarna te Vlissingen huwende met Regina Elisabeth van Hoorn en gaande wonen te Zierikzee, waar hij in de regeering kwam, eigenaar werd der heerlijkheid Blois en een zoon naliet.

De plantentuin waarover gesproken wordt, was bij aanleg een kruidentuin, is later uitgebreid en bevatte toen ook andere planten en bestaat nog. Het is opvallend dat de vader van Jan Adriaan belangstelling had voor een kruidentuin en wellicht verklaart het de keuze van Jan Adriaan om onze Jan Coenraad op te laten leiden tot apotheker. De plantentuin is te zien op bovenstaand schilderij gemaakt door M.T.H. Perelaer rond het midden van de negentiende eeuw.

MOENS (Josias)
Geboren te Middelburg in 1697, gestorven aldaar 4 Mei 1772, zoon van den schoolmeester Josias Moens, uit Gullighen in Vlaanderen en Appollonia Comnantius, werd in zijn geboorteplaats onderwijzer aan de armschool, huwde er 1725 met Petronella van der Maas en was een der bestuurders van een in 1740 opgerichte weduwenbeurs voor de bedienden der armen, welke zaak echter door verkeerde berekeningen op niets uitliep.
Hij beoefende ook de dichtkunst blijkens verzen vóór Andreas Andriessens Dichtlievende uitspanningen (Middelburg 1756).

Racquet en Swinnas, een geslacht van medici

Nog even over Sara Maria Racquet. Ze wordt geboren in 1734 als dochter van Jan Helfrich Racquet en Magdalena Swinnas, geboren in Jaffnapatnam, Ceylon in 1705 en dochter van Jan Swinnas, geboren in Den Briel in 1655, zoon van Willem Swinnas. Deze Willem Swinnas, geboren in 1622 in Den Briel,  was een nogal beroemde medicus, student aan de universiteit van Leiden. Hij studeerde onder andere onder Otto Heurnius, zoon van Joannes Heurnius. Zijn vader Johannes was lid van de Vroedschap en burgemeester van Brielle. Ook hij schijnt dr. in de medicijnen geweest te zijn. De vader van Johannes, de opa van Willem, was Stadspestmeester en chirurgijn in Rotterdam.

Het Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 17 bevat een uitgebreid stuk over Willem.

Willem Swinnas

SWINNAS (Willem), in 1620 te Brielle geboren, werd in 1640 als student te Leiden ingeschreven. Na de scholen van Otto Heurnius, Adolf Vorstius, Adr. Falcoburgius en Ev. Schrevelius bezocht en den doctoralen graad behaald te hebben, vestigde hij zich te Brielle, waar hij lid der vroedschap werd.

Wij bezitten twee proeven zijner geneeskunde; eene verhandeling over de Kinderpokken of Mazelen, welke achter sommige drukken van Beverwijck’s Schat der gezontheyt en ongezontheyt gevonden wordt. Voorts De Peststrijt, beharnast met veel voortreffelijke geneesmiddelen, Leyden Joh. le Carpentier 1664 12o, opgedragen aan Willem Goeree, raad en vroedschap te Rotterdam, wien hij als burgemeester van Rotterdam het derde deel zijner Eng. en Ned. krakeelen in 1668 opdroeg.
Hij was van zoo bekende medische verdiensten dat hij gedurende den tweeden Engelschen oorlog tot geneesheer van de admiraliteit van de Mase benoemd werd, ter verzorging van zieken en gewonden, welke tijdelijk naar het gasthuis in den Brielle verzonden werden.
Zijn voornaamste geschrift was echter de bekende Eng., Nederd. en Munstersche krakeelen, die in 1668 begonnen zijn uitgegeven te worden, en in de twee volgende jaren telkens met een stuk vermeerderd zijn. Bij het derde deel is de titel Munstersche weggelaten, de oorlog met dien bisschop was trouwens toen gestaakt. Tot een bewijs der gretigheid, waarmede het eerste stuk ontvangen werd, kan verstrekken dat het in hetzelfde jaar reeds te Amsterdam woordelijk herdrukt of nagedrukt werd in 4o bij zekeren J. Venckel, onder den titel vermeerderde en verbeterde E., N. en M. kr. De tweede echte druk van dit 1ste stuk verscheen door den autheur (zelven) verbeterd en vermeerderd te Rotterdam bij J. Naeranus, den uitgever van den eerste druk, nu gevrijwaard door een privilegie voor 15 jaren. De derde (echte) druk verscheen weder in het volgende jaar (1668) terzelfder plaatse. Alle in kl. 8o. Zeer gunstig is het oordeel over dit werk van Pars, Scheltema en van Kampen. Hij overleed in 1672.

Het boek waarover geschreven wordt, ‘Engelse, Nederlandse en Munsterse krakkeelen, is hier te vinden.
Bovenstaand rechts een foto gemaakt over de pest door Erwin Olaf.

Niet lang voor zijn overlijden, in 1664, schrijft Willem een boek over de pest genaamd Pest-stryt. Het volgende gaat over dit boek:
In zijn Pest-stryt geeft de medicus Swinnas een uitgebreide beschrijving van de verschijnselen, zoals zweten, braken, hoofdpijnen, onrust en walgen. Dit is volgens hem nog geen bewijs van pest: ‘Maer indien hier bij eenige Pest-buylen, Pest-koolen of Peper-koorens vertoonen, mach men sich van de Pest versekert houden, schoon alle de voorverhaelende teekenen haer selven niet en openbaerden’.
⤊ menu

Opleiding

Geboren te Middelburg 28 Januari 1814. Ingeschreven: Januari 1830 en September 1835. Bevorderd: 18 Juni 1835. Overleden: 3 Augustus 1848.
Waarom Stein tweemalen is ingeschreven en dus tijdelijk geen leerling is geweest, weet ik niet. Hij was een soort Zondagskind ofschoon zijne famielje burgerlijk en niet bemiddeld was. Aan Steins familie behoorde de uitspanning van Stein te Domburg, maar men werd er niet rijk in toen ter tijde. De ouders van onzen Jan waren Willem en Antonia van den Bosch, ook eenvoudige lieden, maar Willem was huisbediende, of liever een Faktotum bij zekeren rijken heer Moens, Noordstraat L 112. Deze zonderlinge, door zijn goed- en mildheid bekende man was ook zeer mededeelzaam voor zijn wijnkoopers en de Steins hielden dat niet tegen. Hun zoon Jan genoot een goede opleiding, zoodat er niet alleen voor zijn studie gezorgd werd, maar hem ook de gelegenheid werd gegeven de zaak van den ziekelijken Pelle op de Spuibrug over te nemen. Zijne echtgenoote werd de niet onbemiddelde Middelburgsche juffrouw Van Müyen, die hem lang overleefd heeft. Maar onze Stein, die in weelde was opgevoed, of zooals men zegt boven zijn stand, kon de weelde niet dragen. Men zeide, dat ook hij te veel wijn dronk en dat liep vooral in het oog, toen hij bij den brand aan de Zaagmolens als een waarlijk dronken man door het publiek liep.
Kinderen had hij niet, dus geen zorgen, maar zijn wild leven deed hem het vertrouwen verliezen en de ontluikende zaak achteruitgaan. Ook hij zelf, de vroeger sterke, alles doen kunnende, vroolijke man ging kwijnen, en door zijn dood ging de zaak over in handen van Stades. Steins naam wordt als apotheker te Middelburg vermeld van 1835 tot 1849.

Gelukkig heeft de heer J.C. de Man in 1900 het boek dat ook al bovenstaand genoemd is geschreven en zo weten we dat Jan een opleiding gevolgd heeft aan de Geneeskundige School te Middelburg en wel als apotheker. We zien het stuk dat de Man over Jan schrijft in de tabel rechts.

J.C. de Man omschrijft de school als volgt: Bij Koninklijk Besluit van 6 januari 1823 en 17 mei 1824 werd de oprichting van klinische scholen ter opleiding van stadsplattelands heel-en vroedmeesters, van vroedvrouwen en apothekers geregeld. Het waren overheidsinstituten, die geheel los stonden van de universiteiten. De opleiding duurde 4 jaar en bestond uit een 2 jarige theoretische propaedeuse en een 2 jarige praktische cursus. De toelatingseisen waren: recht van lijf en leden zijn, een onbesproken levenswandel en kunnen lezen en schrijven. Er zijn 6 dusdanige Klinische Scholen geweest te: Amsterdam, Rotterdam, Haarlem, Alkmaar, Hoorn en Middelburg. Zij hielden rond 1866 op te bestaan ten gevolge van Thorbecke’ s geneeskundige wetten, die o.a. de opleiding tot geneesheer uniformeerden en voorbehielden aan universiteiten. De Middelburgse Geneeskundige School werd in 1824 gesticht onder toezicht van de Provinciale Geneeskundige Commissie. De school beschikte over de ruimten van het Gasthuis, het oude weeshuis `De Doele’ en de Kruidtuin.
Waarschijnlijk was het gelegen op de Lange Delft. Onderstaand een foto van deze straat gemaakt rond 1900.

In het boek ‘Bijdragen tot geneeskundige staatsregeling, Volume 3’ staat een tabel met de aantallen studenten aan de school. In de periode van Jan zijn dat maar 1 tot 4 studenten voor apotheker. Er was maar één geneeskundige school in de provincie Zeeland.

Wat opmerkingen bij de tekst van J.C. de Man:
* Dat hij geen kinderen had klopt niet, hij had er vier waarvan er twee op jonge leeftijd overlijden.
* Het adres dat genoemd wordt: Noordstraat L 112, is de Lange Noordstraat 112. Dit adres is nu niet meer te vinden.
* Er staat dat Jan de zaak van Pelle overneemt. Dit is Dirk Pelle die in 1835 overlijdt als hij pas 26 jaar oud is. Ook Pelle studeerde aan de Geneeskundige School. Voordat hij zijn apotheek vestigde op de Spuibrug was er in het pand een commensaal of te wel een eethuis gevestigd.
* Mogelijk is het pand de Spanjaardstraat 70, dat wordt wel het huis op de Spuibrug genoemd. Het is op de foto te zien tezamen met de Spuibrug. Andere mogelijkheid is de Spanjaardstraat 66. Zie het hoofdstuk Bedrijf.
* In de overlijdensadvertentie wordt gesproken over een korte, doch hevige ziekte, dus geen kwijnende ziekte, maar wellicht was hij al niet zo gezond als men mocht verwachten van een 34-jarige.
* De onjuistheden in de tekst kunnen verklaard worden door het feit dat de Man het boek ruim 50 jaar na het overlijden van Jan schrijft.

Plantenkunde

Een belangrijk deel van de opleiding was plantenkunde. Niet voor niets was er een kruidentuin bij de school. Tot aan het eind van de negentiende eeuw was men voor het verkrijgen van geneesmiddelen geheel aangewezen op de natuur. Een plant die al eeuwenlang gebruikt werd is de Gewone Smeerwortel.

Boeken die hij vast gebruikt heeft zijn de ‘Afbeeldingen der artsenij-gewassen’. Deze boeken werden geschreven en geïllustreerd vanaf het einde van de achttiende eeuw. Ze zijn te vinden via Google books. Hier is een voorbeeld te vinden. Het is deel vier uitgegeven in 1838.

Gewone smeerwortel (Symphytum officinale)

De soortnaam officinale (uit de apotheek) duidt aan dat de plant vanouds medische toepassingen heeft gekend. Vooral de wortel werd verzameld. De plant bevat o.a. symphytocynoglosine, consolidine, choline en ca. 1 % allantoïne.
De plant werd en wordt vooral uitwendig toegepast, in de vorm van omslagen bij botbreuken, wonden en gewrichtsontstekingen. Onderzoek heeft uitgewezen dat allantoïne de heling van wonden inderdaad kan bevorderen door de stimulering van de vorming van nieuwe cellen.
De plant wordt al genoemd in oude Griekse bronnen. Er wordt melding gemaakt van een gunstig effect op de genezing van wonden.


⤊ menu

Huwelijk

Op 8 mei 1839 trouwen Jan en Cornelia Jacoba van Muijen. De volgende dag staat er een advertentie over in de Middelburgse Courant. Ze zijn getrouwd in het prachtige stadhuis van Middelburg.

Mogelijk zijn ze ook in de kerk getrouwd, dat was indertijd wel gebruikelijk. Misschien de Nederduitsche Hervormde kerk, maar dat is gebaseerd op een krantenartikel waarin ene J.C. Stein diaken van die kerk is. Het is niet zeker of dit onze J.C. Stein was. Er was minstens nog één andere J.C. Stein in Middelburg (ook Jan Coenraad geheten en leeftijdgenoot), die was schoenmaker. Toch is het aannemelijk aangezien zijn schoonvader Gerrit Johannes van Muijen vanaf 1831 tot 1851 regelmatig aangesteld wordt als diaken van deze kerk.


⤊ menu

Cornelia Jacoba van Muijen

Cornelia Jacoba van Muijen wordt geboren op 27 maart 1820 in Middelburg. Ze is de dochter van Gerrit Johannis van Muijen, winkelier en Francina Cornelia de Mets.

Vader Gerrit, wiens voorouders uit Schiedam lijken te komen, trouwt drie keer. Eerst met de moeder van Cornelia op 7 mei 1819. Francina, wiens voorouders waarschijnlijk uit Noord-Frankrijk komen, en Gerrit krijgen zeven kinderen waarvan Cornelia de oudste is. Helaas overlijdt Francina in 1831 als ze pas 32 jaar oud is. Twee jaar later trouwt vader Gerrit met de tien jaar jongere zus van Francina, Christina. Ook dit is een vruchtbaar huwelijk, het brengt drie kinderen voort. Christina overlijdt enkele jaren na het huwelijk als ze pas 29 jaar oud is. De derde echtgenote van Gerrit is Elisabeth Jacoba van Riel, hij trouwt in 1842 met haar. Zij is dan 32 jaar oud en als beroep staat aangegeven particuliere. Ze krijgen waarschijnlijk geen kinderen.

Gerrit verkoopt in 1837 een huis met erf, een bakkerij en een pakhuis. Hij is dan pas 42 jaar oud, maar mogelijk gaat hij al rentenieren hoewel hij in 1842 nog als beroep broodbakker opgeeft. Hij overlijdt op 59 jarige leeftijd in 1854.

Cornelia Jacoba overlijdt op 68 jarige leeftijd op zaterdag 19 januari 1889. Ze overleeft haar echtgenoot maar liefst 41 jaar, maar ze is nooit hertrouwd.
⤊ menu

Kinderen

Voornamen Geboortedatum Geboorteplaats Middelburgsche Courant
Willem Gerrit 28 juni 1840 Middelburg, Zeeland
Jacobus Franciscus 27 maart 1841 Middelburg, Zeeland
* Francina Adriana Jacoba 15 oktober 1843 Middelburg, Zeeland
Elisabeth Jacoba 25 juli 1845 Middelburg, Zeeland

Zoon Jacobus Fransiscus overlijdt al na 8 dagen.  Elisabeth Jacoba overlijdt als ze 1 jaar oud is.
Met Willem Gerrit loopt het ook niet al te best af. Bij belandt in 1873 en in 1877 in het huis van arrest, de strafgevangenis en het huis van bewaring in Goes. Hij overlijdt op 49 jarige leeftijd, waarschijnlijk ongehuwd, in Veenhuizen in het derde gesticht der rijkswerkinrichtingen. Overigens is hij wel in het bezit van een ruime 9 gulden contant geld en belangrijker van een flink aantal Russische obligaties ter waarde van 1850 gulden, een enorm bedrag voor die tijd. Veel uitgekeerd was er niet op deze obligaties, slechts 20 gulden per jaar. Erfgenamen zijn zus Francina en haar echtgenoot Jan Samuel Frederiks.
⤊ menu

Nageslacht

Dochter Francina Adriana Jacoba Stein

Geboren: 15 oktober 1843 in Middelburg
Getrouwd: 25 mei 1870 in Middelburg
Partner: Jan Samuel Frederiks
Overleden: Na april 1900, voor 1925

Francina trouwt met de op 18 juni 1839 in Middelburg geboren Jan Samuel Frederiks, zoon van Johan Christiaan Frederiks, zoon van een varkensslager, kleinzoon van een bakker en Elisabeth Johanna de Krijger, dochter van een bakker.  Jan is bij huwelijk Ambtenaar gemeente secretarie in Middelburg.

Het echtpaar krijgt 8 kinderen, 7 meisjes, 1 jongen.
* Elisabeth Johanna Cornelia Jacoba Frederiks (1871), Cornelia Jacoba Elisabeth Francina (1872), Maria Margaretha Johanna Christiana (1874), Carolina Francina Wilhelmina (1875 – overlijdt na 5 maanden), Mathilda Bertha Emma Sophia (1877 – 1961), Johan Christiaan (1878), Emma Carolina (1880), Antoinette Louise Francina (1885).

Op alle geboorteaktes is het beroep van Jan ambtenaar. In 1892 is zijn Beroep: Commies ter gemeente secretarie.

Hij overlijdt op 86 jarige leeftijd op 20 december 1925 in de Zoutmanstraat 25 te Den Haag.

Aardig om te vermelden: Grootvader Jan Samuel Frederiks, broodbakker, opa van de echtgenoot van Francina waarnaar deze vernoemd is, wordt bijna 102 jaar oud.

Kleindochter Elisabeth Johanna Cornelia Jacoba Frederiks

Geboren: 8 april 1871, Middelburg
Huwelijk: 15 september 1897, Middelburg
Partner: Karel Johannes van Heusden
Overlijden: na 9 maart 1932

Elisabeth trouwt met Karel Johannes van Heusden, geboren op 16 april 1870 in Middelburg, zoon van Johannes Marines van Heusden en Helena Magreta van Veldhuijsen. Karel is winkelier / kruidenier, hij heeft de winkel op de Lange Delft overgenomen van zijn vader.

De ouders van Karel schelen aanzienlijk in leeftijd, Johannes is 44 bij huwelijk, Helena 27. Dit echtpaar krijgt vier zoons, waarvan Karel de tweede is. Ook de grootvader van Karel, de vader van zijn vader is winkelier, kruidenier. Diens vader, Andries, is portier en redelijk welvarend, zijn moeder Dingena Watervliet komt uit een geslacht van middenstanders uit Tholen. Andries is degene die als eerste van het geslacht zich in Middelburg vestigt, hij bezit onder andere een huis in de Spanjaardstraat in Middelburg, zijn echtgenote bezit een huis op het Noordbolwerk in Middelburg.

Gezien de achternaam is het geen verrassing dat de roots van de van Heusdens in Brabant liggen. Het is een aanzienlijk geslacht uit Oisterwijk. De vrouwen van de van Heusdens lijken allemaal uit middenstandsfamilies af te stammen, winkeliers en koopmannen.

Elisabeth en Karel krijgen drie kinderen: *Johanna Helena (1898) en de tweeling Frans Jan en Jan Frans (1904).

Achterkleindochter: Johanna Helena van Heusden

Geboren: 22 juni 1898, Middelburg
Huwelijk: 19 oktober 1923, Middelburg
Partner: Wilhelm Heinrich Hetzel
Overlijden: 26 januari 1988, Den Haag

Over Johanna is een pagina geschreven op deze site, klik hier om de pagina te lezen. Over echtgenoot Wilhelm Heinrich en zijn voorouders is meer te vinden via deze link.

 

⤊ menu

Nationale Militie

Hij is uitgeloot, dat valt te lezen op het document dat is bijgevoegd als huwelijkse bijlage. Helaas zijn er maar weinig kenmerken van Jan ingevuld, we moeten het doen met zijn lengte, die was een ruime één meter vierenzeventig dus redelijk gemiddeld.


⤊ menu

Bedrijf

Zoals al aangegeven, Jan krijgt van de werkgever van zijn ouders de apotheek op de Spuibrug en dat is een aanzienlijk geschenk. Het is een mooi en statig pand en blijkbaar zo op stand dat in latere jaren de hof-tandmeester zich verwaardigt om er zijn producten in depot te geven.

Jan zal deze apotheek tot zijn dood, die helaas vroegtijdig komt, aanhouden. Hij neemt deze over van de erven Dirk Pelle die in 1835 overlijdt. Onderstaand advertenties uit de Middelburgsche Courant. Hij werft personeel, verkoop ietwat twijfelachtige, maar hip en trendy middeltjes, werkt samen met de hof-tandmeester en we zien dat hij in 1846 zijn assortiment uitbreidt met verfwaren en oliën.

 

11 februari 1837

19 oktober 1837

4 mei 1843

De reclame rechts voor de Eau de Seruté die Jan volgens bovenstaande advertentie ook verkoopt geeft aan dat een flesje van dit wondermiddel fl. 1,25 kost. Dat is een dagloon van een timmerman in die tijd. De volgens de advertentie duizenden jongeren die soms extra kisten laten aanslepen en het middel met veel genoegen gebruiken, zijn dus allen uit de gegoede stand (als deze klanten daadwerkelijk bestaan en dit niet verzonnen is).

In 1845 komt er een nieuw wetsontwerp van de Wet op de uitoefening der Geneeskunde en wordt ook eau de seruté als te verfoeien middel genoemd. Het deel dat over apothekers gaat, heeft ook impact gehad op Jan. Het Algemeen Handelsblad bericht over het betreffende wetsontwerp. Klik hier voor het deel over apothekers.

Handelsblad 15 april 1843
5 mei 1846  Er staat verw-waren, waarschijnlijk worden verf-waren bedoeld. Dat zullen eerder de grondstoffen en pigmenten voor de verf geweest zijn, dan dat de verf al gemaakt was. Bijvoorbeeld werd de wortel van de Meekrap (een plant die veelvuldig geteeld werd in Zeeland) gebruikt voor de kleur rood. 
5 oktober 1847
27 mei 1848
Tanden werden gepoetst met poeder. In 1824 voegde John Peabody zeep en glycerine samen in poedervorm. Blijkbaar heeft ook Wallagh zijn eigen producten ontwikkeld, maar het is niet bekend welke producten dat waren. Hoe dan ook, je kon ze verkrijgen bij Jan.

Over het pand waarin de apotheek gevestigd is. In de eerste alinea van dit hoofdstuk is de Spanjaardstraat nummer 70 te zien. Omdat er na de dood van Jan een advertentie verschijnt waarin het pand en de apotheek geveild wordt, weten we dat indertijd, in 1848, het nummer 66 was. Onderstaand de betreffende advertentie uit de Middelburgsche Courant van 9 september 1848 en foto’s van de Spanjaardstraat 66. Dit huis is kleiner dan nummer 70 maar heeft toch een oppervlakte van 130m2. In de advertentie zien we ook het bedrag waarop het aangeslagen wordt; ruim 18 gulden. Voor dat bedrag kon je een jaar lang een huis huren. Het pand is gebouwd in de zeventiende eeuw en heet Duc d’Alf.

⤊ menu

Overlijden

Jan overlijdt op 13 augustus 1848, hij heeft slechts 34 jaar oud mogen worden. Uiteraard is er een memorie van successie want er is nogal wat te erven en hiervoor en ook om de schuldeisers te kunnen voldoen wordt er een boedelinventaris gedaan en vastgelegd in akte nummer 120 opgemaakt door Mr. A. van den Broecke op 18 augustus en 28 augustus 1848. De inventaris is te vinden in het Archief Notarissen in Zeeland (1842-1895).


Over de boedelinventaris

Van: De ontdekking van het Zeeuwse platteland – culturele verhoudingen tussen stad en platteland in Zeeland 1750-1850, proefschrift door Arno Neele.

Boedelinventarissen

Boedelinventarissen werden reeds vanaf de zestiende eeuw opgemaakt. Het opmaken van inventarissen beperkte zich niet tot een specifieke klasse of stand, maar was het gemeengoed onder alle lagen van de bevolking.
Het conclusies trekken uit de inhoud van de boedelinventaris vereist wel enige voorzichtigheid. De lijst met bezittingen in de inventaris hoeft namelijk geen totaalbeeld te geven van de daadwerkelijk bezeten goederen. Zo konden al in de tijd voor het opmaken van de inventaris voorwerpen verkocht zijn of vergeven zijn aan (klein)kinderen en bij de aanwezigheid van schuldeisers achtergehouden zijn. Bovendien zat er tussen het overlijden van de erflater en de opmaak van de boedelinventarissen vaak een aantal maanden, waardoor de kans groot was dat er in de tussentijd voorwerpen werden ontvreemd aan de boedel.

Een ander belangrijk probleem betreft het zogenaamde woord/voorwerp-probleem. Het is niet altijd duidelijk welk voorwerp achter een bepaald woord schuil gaat. Het kwam regelmatig voor dat voorwerpen niet gespecificeerd werden, maar alleen werden aangeduid met verzameltermen als ‘sieraden’, ‘meubelen’ of ‘boeken’.  Daarnaast kon hetzelfde woord verwijzen naar verschillende voorwerpen of had hetzelfde voorwerp verschillende benamingen per regio of per periode.


Als bron voor onderzoek gebruikt Neele de boedelinventaris. Hij maakt hier wel kanttekeningen bij, zie het stuk rechts waarbij een deel van de tekst van zijn proefschrift is overgenomen (beetje ingekort en aangepast). Van Jan is er dus ook een boedelinventaris opgemaakt en wel tien dagen na zijn overlijden. Uit krantenberichten die verschijnen net na zijn overlijden kunnen we opmaken dat er schuldeisers waren. Niet onlogisch was hij had een apotheek en zal daarvoor ingekocht hebben en rekeningen gehad hebben bij de diverse leveranciers.
De boedelinventaris is een juridisch document waarin een beschrijving wordt gegeven van alle bezittingen van een persoon of een huishouden.
Verreweg de meeste voorkomende reden voor het opmaken van een boedelinventaris was een sterfgeval. Andere redenen waren bijvoorbeeld huwelijkse voorwaarden of het bepalen van de hoogte van belasting.

⤊ menu

Bronnen en foto’s: De geneeskundige school te Middelburg – hare lectoren en leerlingen van 1825 tot 1846, Alle Zeeuwen, Wiewaswie, Familysearch, De ontdekking van het Zeeuwse platteland – culturele verhoudingen tussen stad en platteland in Zeeland 1750-1850 door Arno Neele, Museum de Dorpsdokter (foto apotheek), encyclopedievanzeeland.nl, foto Spanjaardstraat en Spuibrug is van Wikimedia en gemaakt door Basvb, Bijdragen tot geneeskundige staatsregeling, Volume 3, Medicinale kruidachtige planten in het Arboretum door Leo van den Berkmortel, Familiegeschiedenis van Joop van Heusden, Delpher, Middelburgsche Courant, Wikipedia, Stamboom Van den Eijkel en Van den Haak, Magazijn van Natuurlijke Historie, fotograaf Erwin Olaf